Zit een man bij de kapper en luistert naar dat eeuwige geouwehoer van die man. De kapper vraagt: “Ga je nog met vakantie?” “Jazeker, ik ga naar Rome!” “Naar Rome? Wat ga je daar nou doen?” “Ik ga naar de Paus, op het plein kan je ‘em zien.” “Ach man, je ziet ‘m nauwelijks, heel klein staat ie in dat venster. Schei toch uit, daar heb je niks aan.” “Toch ga ik naar Rome.
Na drie weken komt de klant weer bij de kapper. “En?”, vraagt de kapper, “de Paus gezien?” “Jazeker, hij kwam aan het venster en opeens wees hij naar me en wenkte me. Ik kon het niet geloven. Door die duizenden mensen schoof ik naar voren en vlak onder het raam riep de Paus naar beneden:
Och, och man, wat ben jij slecht geknipt!”